Holwerd - Dokkum
Afstand: 13 km
Duur: ca. 2 u. 30 min.
Ontdek het oude Friese terpengebied. Een gebied met een boeiende geschiedenis. Land van François Haverschmidt en Ids Wiersma. Van kerkepaden, schoolpaden en oude boerderijen. Van akkers, weiden en bijzondere verhalen. Prettige wandeling!
Deze historische route leidt u door het Friese terpenlandschap dat dateert van voor onze jaartelling. Uit archeologische vondsten blijkt dat delen van deze streek omstreeks 200 voor Christus werden bewoond. Sommige terpen, zoals die van Foudgum, Brantgum en Waaxens ontstonden op een door de zee opgeworpen zandrug. Andere nederzettingen werden op hoger gelegen, opgeslibde delen van het landschap gebouwd. Ze groeiden later door de opeenhoping van mest en afval uit tot behoorlijke woonheuvels die bescherming boden bij hoog water. Pas vanaf de tiende eeuw werden de terpen in deze contreien door dijken verbonden. Door afgravingen van de vruchtbare terpaarde zijn veel terpen verloren gegaan.
De route Holwerd – Dokkum voert u door een typisch agrarisch landschap met oude boerderijen en verschillende soorten terpen. Een streek waar tal van bekende landgenoten hun voetsporen achterlieten. Wat te denken van François Haversmidt (1835 – 1894), beter bekend als de treurdichter Piet Paaltjes, die voorganger was in Foudgum. In het nabijgelegen Brantgum is de bekende Friese kunstenaar Ids Wiersma geboren en getogen. En Dokkum is voor eeuwig verbonden met de naam van Bonifatius, de missionaris die hier in 754 werd vermoord.
De route loopt door een open, wijds kleigebied. De dorpen en de boerderijen liggen als groene oases in het open landschap. Het is een overwegend agrarisch gebied met een rijk cultuur-historisch karakter, dat tot uiting komt in terpen en beschermde stads- en dorpsgezichten. Het gebied is rijk aan herinneringen aan het verleden. Het landschap, de kerkjes en de boerenplaatsen gaan eeuwen terug.
Klik hier voor meer informatie over deze route.
|
 
|
De Paesens
Afstand: 13,5 km
Duur: ca. 2 u. 45 min.
De Paesens is een kronkelend watertje, gevormd door het afvoeren van water naar de Waddenzee en het binnendringen van de zee ver het land in. Rondom de waterloop ontstonden oeverwalcomplexen, die nog steeds prachtig te zien zijn. Het watertje De Paesens loopt van Dokkum naar de tweelingdorpen Paesens en Moddergat aan de Waddenzeedijk. In de middeleeuwen waterde een groot gedeelte van het gebied ten noorden van Dokkum op dit riviertje af.
Paesens en Moddergat worden gescheiden door het riviertje. De twee dorpen zijn officieel zelfstandig, maar worden door de bewoners als één dorp gezien en Paesens-Moddergat genoemd. Het watertje De Paesens stroomde vroeger door de dorpen; de plek is nog te herkennen. Overigens zijn de namen van beide dorpen terug te leiden naar het riviertje. Paesens betekent 'Pagingi', ook wel modder, aarde of moeras genoemd. De grond aan de monding van De Peasens was een echt moddergat.
Kort na de aanleg van de eerste zeedijk, in de 11de eeuw, ontstond het dijkdorp Paesens. In de monding van De Paesens werd een zijl (sluis) aangelegd en zo ontstond een aantrekkelijke vestigingsplaats. De uitwateringssluis was maar beperkt te gebruiken door de aanslibbing en werd in 1449 opgeruimd. Paesens groeide uit tot een visserplaats. De bebouwing concentreerde zich tot in de tweede helft van 18de eeuw in de buurt van de in de 13de eeuw gebouwde dorpskerk. Daarna breidde de bouw zich uit naar het westen, omdat het dorp anders te ver van het water kwam te liggen. Westelijker konden de visserschepen eenvoudiger op de rede voor anker gaan. Daar ontstond toen het tweelingdorp Moddergat. De inwoners van de dorpen vormden samen één vissersvloot.
Tijdens deze wandeling speelt water een grote rol. Het gebied rond Niawier bestaat uit een landschap dat te vergelijken is met een drooggevallen waddenzeebodem. Rond Niawier zijn veel hoge akkers, terwijl vele sloten in lager gelegen delen liggen en een oud slenkenpatroon volgen.
Klik hier voor meer informatie over deze route.
|
 
|
Dokkum - Zwaagwesteinde
Afstand: 8 km
Duur: ca. 2 u. 30 min.
In 1298 kreeg Dokkum, als vijfde van de elf Friese steden, stadsrechten. Maar ook daarvoor was het door zijn gunstige ligging op een kruispunt van land- en waterwegen al een aanzienlijk centrum. Zo mochten er al in de 11de eeuw munten worden geslagen, die zijn teruggevonden tot ver in Rusland en op IJsland.
Op 5 juni 1214 kwam Olivier van Keulen naar Dokkum om kruisvaarders te werven voor de vierde Kruistocht naar het heilige land. De datum was niet willekeurig gekozen. Het was de dag waarop de heilige Bonifatius werd gevierd en er ongeveer 1000 mensen samen waren voor de jaarlijkse processie. Dat Bonifatius zijn leven voor Christus had gegeven, was natuurlijk een uitstekend uitgangspunt voor de prediking. De communicatiestrategie heeft waarschijnlijk haar vruchten afgeworpen, want bekend is dat er enkele Dokkumers hebben meegedaan aan de kruistocht. De halve maan op het wapen van Dokkum herinnert hieraan.
In 1531 viel Dokkum in handen van Karel V, die opdracht gaf tot het bouwen van versterkingen rond Dokkum: de bolwerken. Deze werden in 1583 voltooid. In 1597 werd Dokkum vestigingsplaats voor de Fries-Groningse Admiraliteit. Vanuit het Admiraliteitshuis (waarin nu het Streekmuseum is gevestigd) werden de beveiliging van de handelsvaart en de maritieme oorlogvoering met Spanje geregeld. Door het dichtslibben van de vaarroutes verloor de stad de Admiraliteit in 1645 aan Harlingen. Op uw historische voettocht naar Zwaagwesteinde komt u langs de Bonifatiusbron en de Bonifatiuskapel. Beide herinneren aan de moord op de missionaris in 754 waaraan Dokkum zijn internationale bekendheid ontleent.
De route, die vanaf de Kleistad Dokkum naar het zandgebied loopt, geeft een duidelijk beeld van de verscheidenheid van het gebied: lange lanen met bomen aan beide zijden en het grote open land.
Op naar Zwaagwesteinde gaat de route over een fietspad, met de Petsloot aan de ene kant en een deel van de Zwagermieden aan de andere kant van het pad.
Klik hier voor meer informatie over deze route.
|
 
|
Burdaard - Dokkum
Afstand: 9,6 km
Duur: ca. 2 uur
Burdaard komt onder de naam Breitenfurt al voor in een goederenlijst van het Duitse klooster Fulda uit 945. Op oude kaarten duikt later de naam 'Berdauwert' op. Omdat de omgeving toen nog regelmatig onder water liep, probeerden de eerste bewoners hun heil te zoeken op daartoe opgeworpen hoogtes. Burdaard kende binnen een straal van twee kilometer vijf terpen. Tegenwoordig zijn er nog slechts twee zichtbaar in het landschap: de dorpsterp met daarop de Hervormde kerk en de Doniaterp aan de weg naar Wânswert. Toen in de 17de eeuw het verkeer over het water sterk groeide, groeide Burdaard mee. Langs het water ontstond lintbebouwing: eerst aan de zuidzijde en later ook aan de noordzijde van de Ee, waar in 1647 het jaagpad voor de trekvaart werd aangelegd.
Op weg naar Dokkum komt u langs de landerijen die ooit toebehoorden aan het klooster Klaarkamp en de machtige familie Tjaarda, die een hechte relatie onderhielden. Onduidelijk is of de familie een rol heeft gespeeld bij de stichting van het klooster rond 1165. Klaarkamp is het oudste voorbeeld in Nederland van een deels uit baksteen opgetrokken gebouw. Op 31 maart 1580 werd het klooster opgeheven; een lot dat meer kloosters en katholieke kerken in Friesland beschoren was. Stenen en grondbezit werden verkocht aan particulieren en de bezittingen gingen naar de Staten van Friesland. Dankzij opgravingen kon het grondplan grotendeels worden gereconstrueerd. Vooral de kruiskerk moet indrukwekkend zijn geweest. Het kerkje van Sybrandahuis (dat u even voorbij de Hoge Brug vanaf de route kunt zien liggen) zou er bijna twintig keer inpassen. Dat al zo vroeg in de geschiedenis op deze plek een klooster werd gesticht, zou te maken kunnen hebben met de nabijheid van Dokkum, de martelaarsplaats van Bonifatius.
Vanuit Burdaard wandelt u langs het water naar Dokkum in de overwegend agrarische gemeente Dongeradeel. Het rijke cultuurhistorische verleden is nog op diverse plekken zichtbaar. Zo komt u enkele terpen tegen. De route balanceert op de overgang tussen het Friese kleigebied en de Dokkumer Wouden. Burdaard is vanwege de ligging aan de Dokkumer Ee een bekende aanlegplaats voor watersporters; dat geeft ’s zomers de nodige gezelligheid.
Klik hier voor meer informatie over deze route.
|
|
Nijlân - Dokkum
Afstand: 12,4 km
Duur: ca. 2 u. 30 min.
De route begint in Nijlân, tegen de Engwierumer polder aan. U neemt de Nijlansreed naar Ald Terp, een niet bijzonder hoge, maar wel uitgestrekte en vrijwel onbebouwde terp. Uit oude kaarten blijkt dat de bebouwing nooit meer dan uit enkele huisjes heeft bestaan. De terp is maar beperkt afgegraven, wellicht door het ontbreken van een opvaart, waarlangs de terpaarde gewoonlijk werd afgevoerd.
Het volgende gehucht dat u tegenkomt is Tibma, dat als Tippencheim in de tweede helft van de achtste eeuw in de Fuldalijst voorkomt. Tibma ligt samen met de buurschappen Dijkshorne, Midhúzen, Lyts Midhúzen en Brânbuorren rond Ee. Vanuit Tibma liepen bestrate voet- of kerkepaden naar Ee. Deze paden werden gebruikt om in het centrumdorp boodschappen te doen en ter kerke te gaan.
Ee moet al hebben bestaan voor het jaar 900, want in 1980 zijn er aardewerkresten gevonden daterend uit die tijd. De romaans-gotische kerk Hervormde kerk in het dorp is rond 1250 gebouwd, de toren en voorgevel stammen uit de negentiende eeuw. Het klinkerstraatje om de kerk, de ‘Omgong’ herinnert aan de gewoonte om tijdens begrafenissen driemaal om de kerk te lopen om de duivel te misleiden. In en rond Ee staan verschillende oude kop-hals-romp- en stelpboerderijen. Zo vindt u naast de Omgong de Uniasate, een kop-hals-rompboerderij uit 1815, die fraaie pilasters in de achtermuur van het bedrijfsgedeelte heeft.
Aan de Foeke Sjoerdstrjitte in het hart van het dorp bevindt zich het enige vlasbewerkingsmuseum van Nederland, ‘It Braakhok’. In dit pand werd tot 1900 op traditionele wijze vlas tot linnen verwerkt. Tegenwoordig demonstreren inwoners van Ee bezoeker hoe de antieke gereedschappen werden gebruikt, waaronder repelbanken, beukers, gaffels en een oude weegschaal. Met wat geluk wordt u tijdens de rondleiding langs de verschillende bewerkingsstadia van het procédé ook nog vergast op enkele fraaie dorpsanekdotes.
U volgt het jaagpad tot het bolwerk van Dokkum. Dit vestingwerk omsluit de binnenstad met prachtige monumenten en historische paden. U kunt hier de smalle straatjes nemen die naar het middelpunt van Dokkum leiden, of uw wandeling afsluiten met een rondje Bolwerken (route 34).
De route voert door het typische weidse Noordoost Friese landschap, waarin de terpen en boerderijen zich als groene eilanden tegen de horizon aftekenen. De naam Ee, afgeleid van het Latijnse aqua, verwijst naar de tijd waarin de terp ontstond in een gebied van zeearmen en kreken op een kwelderwal. Deze kwelderwallen liepen alleen bij zeer hoge vloed onder water en werden dan bedekt met een vruchtbaar laagje slib. Tussen Tibma en Engwierum ligt een brede inversierug, de Fellingen (Fellingwei). Dit is een vroegere wadgeul die is opgevuld met zand. Deze geulen klonken langzamer in dan het omliggende land, waardoor ze op een gegeven moment een rug vormden in het land, dat in de loop der tijd door veenafgravingen voor zoutwinning nog lager te liggen.
Rond Ee vindt u nog het oude verkavelingspatroon, dat de relatie tussen het dorp en het omliggende gebied weerspiegelt. De indeling van de kavels hangt nauw samen met de wijze waarop de straten en huizen in het dorp zijn aangelegd.
Route 6 Anjum – Dokkumer Nieuwe Zijlen loopt van noord naar zuid door Nijlân. In Tibma begint route 41 Tibma – Paesens. Vanuit Ee loopt route 17 Kollum – Ee. Tussen Ee en Dokkum kunt u met route 32 Oostrum – Morra naar het noorden wandelen. Route 34 Bolwerk Dokkum leidt u over de prachtig bewaarde vestigingswallen van Dokkum.
Klik hier voor meer informatie over deze route.
|
 
|
Bolwerk Dokkum
Afstand: 2,4 km
Duur: ca. 30 min.
De stadskern van Dokkum, in de vorm van een zeshoek, is als het ware omsloten tussen de wallen van het bolwerk. De wallen zijn 5˝ m hoog, boven 5˝ m breed en de gracht er omheen 24 m breed gemaakt. Dokkum heeft zijn bolwerken nooit nodig gehad om een vijandelijke aanval af te slaan. Mede daardoor behoren ze tot de mooist bewaard gebleven bolwerken van Nederland.
Het gehele bolwerk heeft in de jaren zeventig een grondige renovatie ondergaan. Hierbij zijn onder andere beschoeiingen aangebracht. En de bolwerken zijn toegankelijker gemaakt voor het aanleggen van boten. Oude Iepen sierden vroeger de bolwerken. De Iepziekte heeft ooit in Dokkum haar tol geëist. Daardoor staan er nu Linden op de verdedingswal. Op het Noorderbolwerk vindt u nog een aantal oude iepen van 150 tot 250 jaar. In de 19e eeuw zijn veel oude en bijzondere gebouwen afgebroken. Dokkum heeft in 1974 als één van de eerste plaatsen in Nederland een 'beschermd stadsgezicht' gekregen. Ondanks stadsvernieuwing is er binnen de stadswallen gelukkig veel van het karakteristieke bewaard gebleven.
U wandelt over de bolwerken om de stad heen. U ziet de kerktorens van Dokkum, met in het midden van de stad het witte torentje van het Stadhuis waarin zich het carillon bevindt dat op vrijdagavond nog altijd wordt bespeeld door een beiaardier. In de kanalen rond de bolwerken liggen in de lente al de eerste boten, in de zomer ligt het water dikwijls drie rijen vol. Toch blijft de stad een rustige plek om te vertoeven. En die rust vindt u met name op de bolwerken. De wallen zijn groen. De bomen die erop staan, zijn hoog en weelderig. Als u bij het Oosterbolwerk loopt hoort u in het riet de Kleine Karekiet en vanuit hoge bomen klinkt een Zanglijster. Door het vele groen en door het water rond deze stad huist er een verscheidenheid aan vogels in Dokkum. De bolwerken... daar vindt u historie, rust en natuur.
Klik hier voor meer informatie over deze route.
|
 
|
|
|