De dans van de kievit Van Heerenveen naar Sloten
Afstand: 27 km
De ochtendnevel voert de belofte van een mooie dag met zich mee. Het centrum van Heerenveen ging nog gehuld in melancholische mistbanken, maar op het moment dat ik over de Ketting bij Nijehaske loop, prikt de zon al gaten in de grijze lucht. De vogels jubelen, fluiten, kwetteren en snateren in een opgewekte lentesymfonie.
Op de akkers zie ik mannen met bedachtzame schuifelpassen speuren naar kievitseieren. De opgeschrokken ouders stellen alles in het werk om met hun capriolen en gefladder in de lucht de mannen van de wijs te brengen. Het is het aloude ritueel van het eierrapen dat alleen in Friesland nog tot de alledaagse folklore behoort. Het voorjaar begint pas echt met de enerverende dans van de kievit.
Over het fietspad naar Nijehaske laat ik in een vloek en een zucht de Friese metropool Heerenveen achter me. De sportstad van het Noorden, na Leeuwarden en Drachten de grootste plaats van Friesland, verraadt in alles haar afkomst als veenkoloniaal dorp in de zestiende eeuw. Als een langgerekt lint ligt It Fean langs de oude waterlopen en veenvaarten. De nationale en internationale bekendheid dankt het uit de kluiten gewassen dorp vooral aan ijsbaan Thialf en voetbalclub SC Heerenveen waar ooit de balgoochelaar Abe Lenstra furore maakte.
Zo vroeg op de dag ligt een landerige loomheid als een deken over alle opgezwollen ambities zodat de overgang tussen bebouwing en platteland vrij ongemerkt verloopt. Een mooi breed pad langs het Heerenveense kanaal loopt naar het sluiswachtershuisje It Ketting.
Vandaar gaat het over de Veenscheiding naar het Nannewijd. In de nevel doemt een rij knotwilgen op als kromgebogen knoestige oudjes op processie. De achtersten lossen op in de mist. Op de velden zetten kieviten met veel misbaar hun kunstige dwaalsporen uit. Ze buitelen door de lucht, maken loopings en jagen bij toerbeurt op een paar kraaien. Die reageren nogal stoďcijns op alle drukte en houden vanaf een hek de weidevogels goed in de gaten. Wie weet wacht hen een lekker hapje. Een eitje als ontbijt is nooit weg, zie je de sombere onruststokers denken.
Een koppel scholeksters, die in paartjes de weilanden afstruinen, zo innig en romantisch in de echt verbonden dat het altijd weer aandoenlijk is, onttrekt zich aan het gedoe in de zomerpolders. Mechanisch prikken ze hun lange rode snavels in de grond. Boven alles uit klinkt de schrille, opgewonden kreet van de kievit. De kuifjes staan parmantig overeind. Voor hen is het grote bal begonnen, wie nog geen vrouwtje aan de haak heeft geslagen moet haast maken.
Inmiddels schijnt de zon volop en gaat de temperatuur met sprongen vooruit. Vinken, kool- en pimpelmezen en andere zangers gaan in het broekbos de strijd met elkaar aan wie de mooiste trillers kan produceren.
Bron: Friesland voor lanterfanters deel 3, Een voetreis door natuurlijk Friesland in dertig dagen Auteur: Fokko Bosker Voorbehoud en AuteursrechtReacties