Geelgieterij te Joure
Joure is vanouds een centrum van nijverheid, met de nadruk op de metaalnijverheid en de lokale klokken- en uurwerkmakerijen. Verwant met deze bedrijfstak waren de vele blik- en koperslagerijen, waarvan de "geelgieterij van de Fa. Keverling een markant voorbeeld van is. Aan de Geelgietersstraat staat nog het karakteristieke fabrieksgebouw van dit bedrijf.
In de geelgieterij werd koper gegoten en metaalwaren gefabriceerd.
Het oudste deel van de geelgieterij is gebouwd in 1854. In 1911 werd de fabriek uitgebreid met het nog bestaande pand, bestaande uit een hoog middengebouw van twee bouwlagen met een overstekend zadeldak in chaletstijl, en aan weerszijden een lage aanbouw met platte daken. Het gebouw is opgetrokken uit Friese gele steen.
In het interieur zijn verschillende oude machines, die gebruikt werden bij de koperbewerking opgesteld. De verdiepingsvloer is uitgevoerd met zware troggewelven, steunend op stalen balken om de zware machines van de slijperij, schuurderij en polijsterij te kunnen dragen. In het middendeel van de voorgevel is een gevelsteen aangebracht met het opschrift "1854-1911". In 1983 werd het bedrijf gesloten en later door de gemeente gekocht.
Bij de restauratie van het fabrieksgebouw zijn opnieuw de in het verleden gesloopte houten tekstborden boven op de zijvleugels aangebracht met de naam van het bedrijf.
|

|
Molen te Penningas
Penninga's Molen is een korenmolen die sinds 1900 in Joure staat.
De molen, destijds De Jonge Dolfijn genaamd, werd oorspronkelijk in 1692 als papiermolen in Westzaan gebouwd voor Jelis Hendricksz. de Vries, die datzelfde jaar overleed. Tot ongeveer 1717 werd de molen ook wel De Gekroonde Handschaaf genoemd, mogelijk vanwege het houtzagersverleden van de toenmalige eigenaar. Na in handen te zijn geweest van verschillende eigenaren werd de molen in 1781 omgebouwd tot een gerstpelmolen. Na plaatsing van een koppel maalstenen in 1869 werd de molen ook gebruikt voor het malen van rijst- en koffiedoppen. Drie jaar later komt de molen wederom in andere handen, waarna het als foeragemolen wordt gebruikt.
In Westzaan stond hij ten oosten van het dorp. Het pad leidend naar de molen heette Koperenbergsepad, naar de naam die de molen in de volksmond had: De Koperen Berg. Volgens vertellingen zou de opdrachtgever namelijk ruzie hebben gekregen met de bouwer, waarna hij enkel in kleingeld betaalde oftewel een berg koperen munten. Vandaag de dag is de naam van dit pad de Jonge Dolfijnstraat, die zich aan de noordkant van de begraafplaats bevindt.
In de laatste decennia van de 19e eeuw raakte de molen in verval. Zo ontstond er in 1875 een kleine brand en sloeg in 1892 de bliksem in, waarna grote schade ontstond. Hierdoor was het voor molenaar Auke Penninga mogelijk om de molen te kopen en naar Joure te laten verschepen. In juni 1900 werd de molen uit elkaar gehaald en werden de onderdelen per zeilpraam over de Zuiderzee naar Friesland vervoerd, waar de molen herbouwd werd.
Colofon:
Tekst: Wikipedia
Foto: Bauke Folkertsma
|
 
|